Hoe staat de atmosfeer ervoor? Tweemaal per dag beoordelen KNMI-meteorologen de weermodellen in deze synoptische analyse - de analyse van de huidige toestand van de atmosfeer - en ze kijken naar wat de modellen zeggen over de nabije toekomst.
Korte termijn tot +48 uur | Meerdaagse modelbeoordeling
Synoptische situatie
Tussen een complex lagedrukgebied nabij de Britse Eilanden en hoge druk boven Noord(oost)-Europa voert een zuidelijke stroming warme en vochtige lucht aan. In het noorden is op 1500 vt een sterke inversie aanwezig met daaronder een koude en vochtige plaklaag (continentale aanvoer). Een WNW-OZO georiënteerde warmtefrontocclusie (theta-w 925 hPa = 8°C) boven het noorden trekt langzaam noordoostwaarts en verlaat aan het begin van de middag het noordoosten, waarna deze stationair wordt boven het noorden van de FIR. In het uiterste noordoosten wordt de inversie niet geheel opgeruimd, waardoor het daar een stuk kouder blijft. Vanavond bereikt een tweede NNO-ZZW georiënteerde occlusie (actueel boven Zuid-Engeland en Bretagne) het westen van de FIR en in de nacht naar zondag schampt deze mogelijk de westelijke kustgebieden. Deze occlusie is herkenbaar aan een gebied met (buiige) regen. Een kern van lage druk ten zuidwesten van Wales trekt noordwaarts en vult daarbij op, waardoor we op zondag meer onder invloed komen van een hoog boven Scandinavië en de stroming geleidelijk zuidoostelijk wordt. De koude en vochtige lucht (met daarin occlusierestanten) komt dan van het noordoosten uit weer verder het land in. In de loop van maandag wordt de stroming weer zuidelijker, waardoor de occlusierestant noordwaarts trekken en maandagavond boven het noorden van de FIR liggen.
Modelbeoordeling
De grenslaagcondities zijn het belangrijkste aandachtspunt. Harmonie zit er goed op qua locatie van de lage bewolking en mist, die vannacht ten zuiden van de occlusie in opklaringen ontstaan is. Daarnaast laat Ha43 ook St advectief uit het midden en westen van België binnenlopen, maar we zien daar momenteel nog geen St op de plaats waar Ha43 dit wel berekent. Op zondagochtend zien we een zelfde scenario, maar dan vanuit Duitsland. Dan is (lage) turbulentie stratus weer mogelijk, in de Ha43 uitvoer duurt dit tot (ver) in de middag voordat het oplost. In het noorden handhaven beide modellen de koude plaklaag met mist en St de gehele periode, dit lijkt realistisch. Dit gebied breidt zich in de nacht naar zondag en zondagochtend geleidelijk weer zuidwestwaarts uit richting het midden. In de nacht zou hier vooruit in het midden weer dichte mist kunnen gaan ontstaan. Verder is er enige onzekerheid over hoe ver oostwaarts de tweede occlusie komt. In de huidige run zien we toch weer dat er wat neerslag in de westelijke kustgebieden kan gaan vallen. Boven zee in het westen van de FIR zien we in de Ha43 uitvoer hierbij ook steeds meer St. De EC uitvoer heeft veel minder St en houdt dit westelijk van de FIR.
Aandachtspunten
Wind
Geen bijzonderheden.
Zicht
In het noorden mist, mogelijk hardnekkig. In het noorden kan de mist regionaal de hele periode hardnekkig blijven. In de nacht naar zondag opnieuw mistvorming ten zuiden van de terugkerende occlusie.
Temperatuur
Nog steeds grote verschillen tussen noord en zuid. Vandaag in een groot deel van het land zacht, in het zuiden mogelijk 12°C. Op zondag breidt de koudere lucht zich van het noordoosten weer iets verder uit naar het midden.
Bewolking
Op uitgebreide schaal St, zie de modelbeoordeling. Bij de tweede occlusie enkele TCu's/CB's, toppen tot ca. FL130. Verder naar het zuiden in de ochtend mogelijk turbulentiestratus. In de nacht naar zondag zien we het gebied met mist en St boven het noordoosten zich uitbreiden naar het midden, doordat de stroming meer een oostcomponent krijgt. Ook dan kan er in de ochtend weer turbulentiestratus ontstaan, die mogelijk pas in de middag oplost.
Neerslag
Bij de tweede occlusie enkele regenbuien, het is onzeker of deze ook boven het westen van het land komen, zie modelbeoordeling.
geldig tot zondag 08 februari 2026 24.00 locale tijd
Synoptische ontwikkeling
Tussen een complex laag ten westen van Ierland en een hogedrukgebied boven het noordoosten van Europa staat een zuidoostelijke stroming. Hiermee wordt vrij zachte lucht aangevoerd. In het noordoosten is de lucht minder zacht omdat er onder een inversie met een oostelijke stroming koudere lucht aangevoerd wordt vanaf de Duitse laagvlakte. Op woensdag 11 februari trekt het laag over onze omgeving noordoostwaarts en komen we in een zadelgebied terecht tussen dit laag en een volgend laag ten zuidwesten van de Britse Eilanden. Een noordoostelijke stroming voert dan koudere lucht aan. Het laag ten zuidwesten van de Britse Eilanden trekt in de loop van het weekend van 14/15 februari richting Frankrijk en het Middellandse Zeegebied. In de loop van de week zien we dan steeds meer signalen voor lagedruk tussen Ierland en IJsland en het Azorenhoog dat zich uitbreidt richting het Iberisch schiereiland. Hierdoor wordt de stroming zuidwestelijk.
Modelbeoordeling en onzekerheden
Tot aankomende woensdag is er weinig onzekerheid. Het grootste deel van het land bevindt zich in vrij zachte lucht met temperaturen rond of net boven het langjarig gemiddelde. In het uiterste noordoosten is het door een wat meer zuidoostelijke stroming wat koeler met temperaturen rond of net beneden het langjarig gemiddelde. Op woensdag en donderdag zien we een bifurcatie in de temperatuur, doordat een lagedrukgebied over onze omgeving noordoostwaarts trekt. Aanvankelijk is de temperatuur ook ten noorden van het laag niet onder nul, waardoor de neerslag in een ruime meerderheid van de leden vloeibaar blijft. Met het oostwaarts trekken van het laag komt de koude lucht aan de achterkant van het laag met een noordelijke/noordoostelijke stroming weer dichterbij, en is er weer winterse neerslag mogelijk (de kans hierop is ca. 50-60% op vrijdag). Vervolgens komen we in een zadelgebied terecht in het weekend van 14/15 februari. In de operationele run en een deel van de leden komen we dan onder invloed van een laag dat ten zuiden van ons land oostwaarts trekt waardoor er winterse neerslag kan vallen (30-40%). In de meerderheid van de leden blijft dit laag en de bijbehorende neerslag zuid van ons land. In de loop van de week van 16 februari zien we in een ruime meerderheid van de leden het zadelgebied oostwaarts wegtrekken, waardoor ons land in toenemende mate onder invloed komt van lagedrukgebieden boven de Atlantische Oceaan. Hierdoor komt er een zuidwestelijke stroming op gang en wordt er zachtere lucht aangevoerd. In een klein deel van het ensemble blijft de koudere lucht langer aanwezig doordat het hoog/zadelgebied langer boven onze omgeving blijft, of de stroming meer gaat meanderen waardoor lagedrukgebieden weer ten zuiden van ons langstrekken.
Samenvatting meerdaagse-periode
In het midden en zuiden af en toe zon, overwegend droog en vrij zacht met temperaturen (net) boven het langjarig gemiddelde. In het noorden meer bewolking, minder zacht met temperaturen rond of net onder normaal en maandag nog kans op mist. Vanaf woensdag wisselvallig, in het zuiden waarschijnlijk temperaturen boven het langjarig gemiddelde, in het noorden mogelijk kouder. In de loop van donderdag en met name op vrijdag neemt de kans op winterse neerslag van het noorden uit toe.
Samenvatting EPS-periode
Aanvankelijk temperaturen beneden het langjarig gemiddelde en dagelijks ca. 30-40% kans op winterse neerslag. Vanaf dinsdag 17 februari neemt wisselvalligheid waarschijnlijk toe en wordt het geleidelijk zachter met temperaturen boven het langjarig gemiddelde.
Geldig van maandag 09 februari tot zaterdag 21 februari