Hoe staat de atmosfeer ervoor? Tweemaal per dag beoordelen KNMI-meteorologen de weermodellen in deze synoptische analyse - de analyse van de huidige toestand van de atmosfeer - en ze kijken naar wat de modellen zeggen over de nabije toekomst.
Korte termijn tot +48 uur | Meerdaagse modelbeoordeling
Synoptische situatie
Aan de zuidwestflank van een hogedrukgebied boven het uiterste noordwesten van Rusland voert een zuidoostelijke stroming continentaal polaire lucht aan. Een inactief frontaal systeem boven Engeland trekt oostwaarts. Het warmtefront hiervan bereikt eind komende nacht het noordwesten van de FIR, om donderdag overdag langzaam oostwaarts te bewegen. Na passage van dit front voert een zuidelijke stroming maritiem tropische lucht aan. Het bijbehorende N-Z georiënteerde koufront bereikt donderdag halverwege de avond het westen van ons land, op hoogte komt dit al iets eerder door (split-level front). Aan de voorzijde hiervan trekt een geleidelijk verscherpende vore. Kort achter het koufront bevinden zich ook nog de restanten van een zwakke occlusie. Na passage van het grond(kou)front en de occlusie voert een noordwestelijke stroming maritiem polaire lucht aan. Op hoogte volgt er in de nacht naar vrijdag een scherpe trog en boven het noordoosten een linkeruitgang van de jet die loodrecht op de fronten staat. Vrijdagochtend bereikt een Atlantisch hoog het westen van Frankrijk en trekt in de loop van vrijdagmiddag en -avond noordoostwaarts over ons land.
Modelbeoordeling
Donderdag zien we verschillen tussen de modellen in de berekening van de neerslag. De EC uitvoer berekent al vanaf de ochtend in de noordelijke helft enkele buien. Deze buien worden getriggerd (vanaf grote hoogte) door de toenemende onstabiliteit door sterke warmte-advectie (onderin) bij een barokliene zone. In de Ha43 uitvoer zien we slechts een zeer licht signaal in de loop van de middag in het noorden. We houden rekening met de mogelijkheid van een (lichte) bui, omdat er waarschijnlijk veel verdamping optreedt in de droge lucht in de onderste 6000-7000 vt. De passage van het koufront (of in elk geval het binnenstromen van koudere lucht) lijkt op hoogte eerder plaats te vinden, waardoor er donderdagavond verdere destabilisatie plaatsvindt, tot aan de passage van het koufront (en de occlusie) aan de grond. Tegelijk is er forcering door de naderende hoogtetrog, in het noord(oost)en ook door de linkeruitgang van de jet en convergentie in de vore. In de Ha43 uitvoer zien we in de avond forse buien ontstaan (diepe convectie vanaf de grond) boven het (uiterste) oosten in de vore. De grootste kans hierop is in het zuidoosten. Ook bij het koufront boven het noorden van de FIR berekent Ha43 veel buien (nadering van de hoogtetrog). In de EC uitvoer zien we de buien boven het hele land ontstaan (meest vanaf enige hoogte), maar waarschijnlijk is dit enigszins overdreven doordat deze getriggerd worden door (overmatige) zwaartekrachtsgolven in het model. Een aandachtspunt is wel dat de Ha43 progtemps (ook) in het westen vrij onstabiel lijken te zijn. We gaan er nu vanuit dat er kans is op (zwaardere) onweersbuien in het uiterste (zuid)oosten, dit moet gemonitord worden i.v.m. de kans op code geel. Ook elders noemen we de kans op een bui, onweer is daarbij niet helemaal uitgesloten. Bij het grondfront en de occlusie zien we in de uitvoer van beide modellen met name in het noorden (mot)regen, en hierbij veel wind doordat de gradiënt (tijdelijk) sterk toeneemt en er meer uitwisseling plaatsvindt.
Aandachtspunten
Wind
In de nacht naar donderdag is er sprake van een duidelijk windmaximum. In de loop van donderdag komt er in het noorden van de FIR een 6 Bft te staan. Achter het grondkoufront zien we een venijnige gradiënt ontstaan, met noordwest 6-7 Bft in de kustdistricten en kans op zware windstoten aan de westkust. Ook bij de buien in de vore is er kans op windstoten (rond 30 kn) door uitwisseling en verdamping in de onderste lagen.
Zicht
In de continentaal polaire lucht uitstekende zichtcondities. Vannacht is het nachtelijk windmaximum waarschijnlijk te sterk om vorming van meer dan ondiepe grondmist tegen te gaan. Donderdag in neerslag matig, later mogelijk ook slecht zicht. Na passage van het grondfront/occlusie goede zichten door doorstaande wind in de maritiem polaire lucht.
Temperatuur
Grotere dagelijkse gang dan in de uitvoer. Donderdag met name in het zuiden warm (24°C). Vrijdag beduidend koeler, maar waarschijnlijk enkele graden warmer dan in de modeluitvoer (sterke instraling en weinig wind in de maritiem polaire lucht).
Bewolking
Donderdag bij het warmtefront en in de warme sector wat middelbare bewolking, mogelijk met een ingebedde TCu of Cb met hoge basis, vooral boven het noorden van de FIR. Rondom de passage van het koufront ook Sc en Cb's met toppen tot ca. FL300, genoeg voor onweer. Bij het (grond) koufront en de occlusie boven zee in het noorden van de FIR kans op St.
Neerslag
Bij het warmtefront en in de warme sector plaatselijk wat lichte buiige regen, deels zal het verdampen vanwege hoge basis en een droge laag onderin. Rondom de passage van het koufront waarschijnlijk enkele bandjes met buiige neerslag, met name in het noorden van de FIR, met kans op onweer. Bij de vore in het (zuid)oosten enkele onweersbuien, mogelijk met (kleine) hagel. Overdag lijkt de CAPE niet meer dan enkele honderden J/kg maar na passage van het koufront op hoogte zien we een smalle zone nabij de vore met 500-1000 J/kg, samengaand met 20-30 kn effectieve schering, wat stevige (multicell) buien mogelijk maakt.
geldig tot vrijdag 10 april 2026 24.00 locale tijd
Synoptische ontwikkeling
Vrijdag verlaat een lagedrukgebied zuidoostwaarts de FIR en herstelt de gordel van hogedruk (vanaf de Azoren tot in Scandinavie) zich tijdelijk. In de loop van het weekeinde wordt de stroming opnieuw anticyclonaal aan de flank van een omvangrijk lagedrukgebied nabij IJsland en een naderende frontale vore. Zondag passeert het bijbehorende frontale systeem. Vanaf begin volgende week zijn er twee scenario's mogelijk; ofwel de terugkeer van uitlopers van hogedruk met het zwaartepunt ten noorden van onze omgeving ofwel we krijgen te maken met een vrij zuidelijke zonale stroming met een grootschalige hoogtetrog in onze omgeving.
Modelbeoordeling en onzekerheden
Vrijdag trekken de buien naar het zuidoosten weg en wordt de stroming opnieuw aflandig. De passage van de frontale zone in het weekeinde is onzeker qua timing maar lijkt het meest waarschijnlijk op zondag (70%). Begin volgende week wordt de verwachting erg onzeker, hetgeen vooral duidelijk zichtbaar is in de pluim van de windrichting. Een kleine meerderheid van het ensemble (60%) gaat voor aanhoudende hogedrukinvloeden en een terugkerende aflandige stroming aan de zuidflank hiervan. Een relatief warm, droog en zonnig weerbeeld hoort hierbij. Een minderheid van het ensemble (40%) gaat voor een overgang naar een NAO of ATR-patroon, met een vrij zuidelijke straalstroom en een hoogtetrog met maritiem polaire lucht boven onze omgeving. Een koud en onstabiel (buiig) weerbeeld hoort hierbij. De kans hierop lijkt relatief wat groter gedurende de eerste helft van volgende week en ook tegen het einde van de verwachtingsperiode.
Samenvatting meerdaagse-periode
Vrijdag en zaterdag keert het lenteweer terug met flinke zonnige en droge perioden. Aanvankelijk is het vrij koel, zaterdag lijkt weer een warmere dag te worden. Vanaf zondag wordt het opnieuw koeler, met wat meer bewolking en eerst kans op een bui of wat regen.
Samenvatting EPS-periode
Grote kans (60%) op een rustig, meest droog en zonnig weertype, met temperaturen rond het langjarig gemiddelde. Er is ook een redelijke kans (40%) op een terugkeer van het wisselvallige weertype, met dagelijks regen, vrij veel bewolking en temperaturen beneden normaal.
Geldig van vrijdag 10 april tot woensdag 22 april