Synoptische beoordeling weermodellen

Hoe staat de atmosfeer ervoor? Tweemaal per dag beoordelen KNMI-meteorologen de weermodellen in deze synoptische analyse - de analyse van de huidige toestand van de atmosfeer - en ze kijken naar wat de modellen zeggen over de nabije toekomst.

Korte termijn tot +48 uur | Meerdaagse modelbeoordeling
 



Modellen algemene beoordeling tot +48 uur
Uitgifte: 01/01/2026 01.21 uur LT
Guidance modelbeoordeling voor Nederland, de Nederlandse kustwateren en de Noordzee, gebaseerd op de HIRLAM run van 12 UTC en de overige genoemde modellen en gidsen met bijbehorende runtijd.


Synoptische situatie
Een rug van hoge druk van Ierland naar Noord Frankrijk trekt zuidwaarts. Een grootschalig laag boven de Noorse Zee trekt in de nacht naar donderdag en donderdag overdag naar het zuiden van Noorwegen en trekt vervolgens langzaam via het zuiden van Zweden oostwaarts. Met een west tot noordwestelijke stroming wordt maritiem polaire lucht aangevoerd. Het bijbehorende koufront bereikt donderdagochtend de noordkust en trekt donderdag overdag zuidwaarts over Nederland. Voor het koufront ontstaat een NO-ZW georiënteerde convergentielijn. De stroming wordt na koufrontpassage noordwestelijk en de (boven)lucht wordt geleidelijk kouder. Vrijdag trekt een ingedraaide occlusie die min of meer evenwijdig aan de stroming ligt langzaam van noord naar zuid over het land.

Modelbeoordeling
De uitvoer is consistent. Het koufront bereikt rond 08 UTC de Wadden wordt aan de grond in de diverse grootheden steeds diffuser vanwege de relatief koudere lucht in het zuidoosten. Op hoogte, 850 en 700 hPa komt het duidelijk door. Voor het koufront uit activeert in alle uitvoer de neerslag op de convergentielijn (regen, die geleidelijk wat buiig wordt). Noord van het koufront zit in alle uitvoer een sterkt convectief signaal. Aanvankelijk is er sprake van min of meer losse buien. Als gevolg van een langere fetch en kustconvergentie gaan de buien zich in lijnen concentreren. De voorkeurspositie voor deze lijnen verplaatst zich langzaam zuidwaarts. De accumulatie van sneeuw in zowel de EC- als Harmonie-uitvoer is niet realistisch. Zelfs donderdag bij de convergentielijn zou er al iets moeten blijven liggen in vooral de Harmonie-uitvoer Vanaf vrijdagochtend ligt de natteboltemperatuur landinwaarts op steeds meer plaatsen beneden 1 °C. Vanaf vrijdagochtend zal dat in het noordoosten en oosten en vanaf de nacht naar zaterdag ook in het midden en zuiden onder buienstraten lokaal tot accumulatie van sneeuw of hagel leiden, maar de accumulatie tot plaatselijk meer dan 10 cm lijkt te veel, waarschijnlijk blijft het bij 2-5 cm, op gunstige plaatsen (zandgrond, stuwwallen) lokaal 5-10 cm tot en met zaterdag. Ook buiten buienstraten s is in de avond, nacht en vroege ochtend accumulatie van sneeuw mogelijk.

Aandachtspunten
Wind
Gedurende de jaarwisseling boven zee 6 a 7 Bft. Daarbij zitten ook windstoten op de noordkust rond 75 km/uur. Donderdagavond en in de nacht naar vrijdag maakt het Waddengebied in HarmonEPS een vrij grote kans (60-80%) op windstoten van meer dan 90 km/uur, die vooral tijdens buien optreden. In de gecalibreerde EC3112 Eps-uitvoer (SPENS) is de kan nu 20-50%. Gezien de onzekerheid en het feit dat het maar een 'dunne' geel is geven we nu nog geen waarschuwing uit.

Zicht
Tijdens de jaarwisseling blijft het zicht vanwege de wind relatief goed. Verder vooral in winterse neerslag slecht zicht.

Temperatuur
Temperatuur blijft in de nacht naar donderdag boven nul, gladheid is niet waarschijnlijk. In de polaire lucht ten noorden van het koufront te weinig dagelijkse gang. In opklaringen vriest het 's nachts landinwaarts licht, in de nacht naar zaterdag lokaal mogelijk matig (als er sneeuw ligt).

Bewolking
In de nacht naar donderdag in het oosten een duidelijk signaal voor stratus (convergentie). Verder bij en achter het koufront convectieve bewolking. Bij de buien komen er CB €™s voor met toppen aanvankelijk tot FL100. Verder noord van het koufront toppen tot ongeveer FL150-180, mogelijk FL200. Vrijdag bij de occlusie mogelijk lage Sc, in sneeuw zit er al snel St in de Harmonie-uitvoer, dit is alleen bij een stabiele grenslaag verder landinwaarts realistisch.

Neerslag
Bij het koufront regen, die geleidelijk buiig wordt. Ten noorden van het koufront vanaf donderdagavond toenemende winterse fractie, NESO-uitvoer is een goede leidraad en daarbij is er ook kans op onweer, waarschijnlijk vooral aan de kust. Accumulatie van sneeuw zal ongeveer 1/3 tot de helft van die in de Harmonie-uitvoer bedragen waarbij er een onzekerheid is over de exacte locatie van de meeste sneeuw. Zie verder modeluitvoerbeoordeling. Er valt tot en met zaterdagochtend een aanzienlijke hoeveelheid neerslag, met uitzondering van het zuidoosten 10-20 mm, lokaal meer onder buienstraten.

geldig tot vrijdag 02 januari 2026 24.00 locale tijd



 

Guidance meerdaagse
Uitgifte: 01/01/2026 01.25 uur LT
Beoordeling lange termijn door meteoroloog


Synoptische ontwikkeling
We verkeren onder invloed van een grootschalig sturend lagedrukgebied boven Scandinavië en het Oostzeegebied. Op de Atlantische Oceaan ligt een dipoolblokkade met de as langs 25 °WL. Rond 6 januari wordt de dipoolblokkade afgebroken, het hoog verplaatst zich naar de Azoren en er trekt dan een rug over West-Europa oost- of zuidoostwaarts. Daarna trekken lagedrukgebieden over de oostelijke Atlantische Oceaan zuidoostwaarts, later oostwaarts. In veel leden vormt zich een grootschalige hoogtetrog boven West- en Midden-Europa met een groot sturend lagedrukgebied boven Scandinavië en het Noordzeegebied. Het zwaartepunt van dit laag verplaatst zich langzaam westwaarts waardoor de stroming boven de oostelijke Atlantische Oceaan westelijk wordt. De spreiding tussen de afzonderlijke leden is groot.

Modelbeoordeling en onzekerheden
Tot ongeveer 6 januari is het grootschalige stromingspatroon eenduidig. Wij bevinden ons in koude maritiem polaire lucht met winterse buien. Er is een aanzienlijke onzekerheid over waar de meeste neerslag valt. Deels vanwege kleinschalige storingen (troggen, polar lows) die aan de westflank van het laag over de Noordzee zuid- en bij Nederland zuidoostwaarts trekken, deels vanwege de onzekerheid in de locatie van buienstraten (stroomafwaarts van kustconvergentie). Tot en met 5 januari is er grote (ongeveer 80%) kans op sneeuw van betekenis (dwz 3 cm of meer/etmaal), maar de onzekerheid waar en wanneer de meeste sneeuw valt is groot. Sneeuw blijft in het EC-model te makkelijk liggen, maar aangezien de natteboltemperatuur landinwaarts meestal beneden 1 °C ligt, is het waarschijnlijk dat sneeuw bij enige intensiteit (meer dan 1 mm vloeibaar equivalent/uur) blijft liggen, mits er geen negatieve afwijking van de natteboltemperatuur in de uitvoer is. Tot en met 6 januari vindt in de EC-uitvoer in vooral het westen een accumulatie tot meer dan 30 cm plaats. Dit lijkt niet realistisch. Realistisch lijkt bij aanhoudende buien een accumulatie van 5-10 cm, lokaal nog wat meer (onder actieve buienstraten. Aan de kust is de neerslagintensiteit duidelijk groter dan verder landinwaarts, dus ook daar kan sneeuw van betekenis vallen. De maximumtemperatuur is sterk afhankelijk van de sterkte van de aanlandige stromingscomponent. Aan de kust wordt het 3-5 °C maar landinwaarts kan bij weinig stroming de temperatuur boven een sneeuwlaag dichtbij nul blijven. Mogelijk is er een negatieve bias in de uitvoer als gevolg van een te uitgebreide en te dikke sneeuwlaag. De minimumtemperatuur is sterk afhankelijk van opklaringen en windsnelheid. Als de wind wegvalt tijdens opklaringen is vaak te weinig ontkoppeling in het EC-model en kan het boven een sneeuwlaag makkelijk meer dan 10 graden vriezen. Vanaf 6 januari is de voorspelbaarheid laag. De algemene tendens is naar een noordwestelijke, later westelijke stroming, maar de spreiding in de ligging van de afzonderlijke druksystemen is groot. Er is na de passage van de rug rond 7 januari een aanzienlijke lagedrukinvloed. Wanneer lagedrukgebieden ten zuid(westen) van Nederland oost- of zuidoostwaarts trekken verkeren we in koude lucht zodat sneeuw mogelijk blijft. De kans op sneeuw van betekenis neemt na 5 januari gestaag af, naar ongeveer 10% na 10 januari. De temperatuurverdeling blijft na 6 januari aanvankelijk aan de koude kant. Mogelijk is er een (sterk) negatieve bias als gevolg van het te langzaam smelten van een (te dikke) sneeuwlaag in het EC-model. In ongeveer 30% van de leden blijft het koud. De EC3112 Oper uitvoer behoort bij de warmste leden.

Samenvatting meerdaagse-periode
Wisselend bewolkt met eerst winterse buien. Op meerdere plaatsen blijft de sneeuw liggen. 's Nachts lichte, lokaal matige vorst. Overdag komt de temperatuur op de meeste plaatsen enkele graden boven nul waarbij het aan de kust duidelijk minder koud is dan in het oosten en zuidoosten.

Samenvatting EPS-periode
Grote (70%) kans op overgang naar wisselvallig en minder koud weer. Eerst mogelijk nog sneeuw. 30% kans op aanhoudend winterse omstandigheden.

Geldig van zaterdag 03 januari tot donderdag 15 januari

 

 

Over Weerlive

Weerlive levert je de allerbeste meteo-informatie, voor iedere locatie in Nederland, op basis van een zeer breed scala aan bronnen. Ook is dit het thuis van de Weer API met KNMI meetgegevens, met meer dan 14.000 gebruikers.

Zie ook onze app Het Weer in Nederland. Heb je suggesties of wil je data gebruiken? Laat het even weten, we horen graag van je!
 

Meer weten?
Surfcheck / Weerlive.nl
Rijn en Schiekade 115 F
2311 AS Leiden
(+31) 071-2032041
Kvk: 61380431

post@weerlive.nl

Download Het Weer in Nederland

Waterkaart Live, app op de iPad
 
Download Het Weer in Nederland, de app voor Android   Download Het Weer in Nederland, de app voor iPhone en iPad